Fata Morgana

Waarom kan ik toch
steeds je naam
niet onthouden,
maar wel dat plekje
links naast je mond
waar geen haartjes
willen groeien:

die kleine woestijn
in je gezicht
waar kamelen
met hun brede voeten
kuilen maken in je huid
een nietige stofstorm
je poriën vult
en karavanen
langzaam voortgaan
met het zout
van je tranen?

Karlien ter Haar
Fragment uit openingsgedicht Kamelen met brede voeten