Over de rand van de aarde

Haar witte oogleden gesloten
ziet ze nog eenmaal
wat is geweest - ver weg-
zo drijft ze langzaam
af naar onbekende ruimten

en ik die bij haar sta
hoor de zwakke laatste
slagen van haar hart
het tikken van de klok
het stilhouden voor de grens

nog even...

houdt ze zich vast
een laatste zuchtje adem, dan
valt ze over de rand van aarde
en tijd en zweeft ze zachtjes
het licht tegemoet.

Marja Bodewes. U
it: Het wordt nooit zomer