Caleidoscoop

Ik tref mij lonkend tref aan want daar ligt het
handen van de spiegelvrouw gaan al en

steeds sneller draait het wiel, vlieg ik de dakloze
ruimte in waar ik mij wentel in dieppaars en stralend
geel, karmozijnrode sterren vallen uiteen, vermengen
zich met blauw van de korenbloem.

Ik barst uit mijn voegen en blaas wolken gekleurd
door de regenboog. Zie pronkende pauwen die gek
genoeg zich rollen in een slinger van bonte bloemen.

Dinosaurussen schurken tegen elkaar, baren gifgroene
kikkers, schieten weg in het zachte gras dat vandaag
rood is maar ook appelgroen en oplost in maansteen.

Dan gooi ik het anker, moet los van de regenboog.

Anna van der Laan
Uit:
Van liefde en koude min